Sensorische Integratie Therapie

Zintuigen

Mensen krijgen informatie over het eigen lichaam en over de omgeving vanuit de zintuigen.

De zintuigen die iedereen kent zijn:

  • Ogen om te zien;
  • Oren om te horen;
  • Neus om te ruiken;
  • Mond om te proeven;
  • Huid om te voelen.

Deze zintuigen geven informatie over de omgeving.

Het lichaam kent nog twee zintuigen die informatie over het eigen lichaam geven, namelijk:

  • Het evenwichtsorgaan: om te voelen hoe je positie is in de ruimte. Het is erop gericht om je lichaam in een stabiele positie te houden of terug te brengen. De evenwichtsorganen bevinden zich in het binnenoor;
  • De propriocepsis: vrij vertaald is dit het voelen van binnenuit. Dit zintuig zorgt ervoor dat je informatie krijgt over de positie van je lichaam in de ruimte en over de positie van je lichaamsdelen ten opzichte van elkaar. Informatie krijg je via receptoren in je pezen en gewrichten.

Voorbeelden van prikkelverwerking

Iedereen verwerkt de zintuigprikkels op zijn eigen manier. Dit is afhankelijk van de aanleg van het zenuwstelsel, van de ervaringen die iemand heeft opgedaan en van de situatie op een bepaald moment.

Het makkelijkst is dit te verduidelijken aan de hand van voorbeelden:
De verwerking van een prikkel is afhankelijk van de situatie:
Een aanraking kan verschillend ervaren worden: een onverwachte aanraking in een donker steegje zal waarschijnlijk een schrikreactie te weeg brengen, terwijl eenzelfde aanraking in een drukke winkelstraat niet eens opgemerkt zal worden.

De verwerking van een prikkel is afhankelijk van de ervaring die iemand heeft opgedaan:
Een aanraking tijdens een gesprek zal door iemand die fijne ervaringen heeft met aanraking goed verdragen worden, terwijl iemand met slechte ervaringen voor diezelfde aanraking zal terugdeinzen.
De verwerking van een prikkel is afhankelijk van de aanleg van het zenuwstelsel
Iemand die aanrakingsprikkels als heel sterk registreert, kan door aanraking tijdens bijvoorbeeld langslopen geïrriteerd raken, terwijl iemand die aanrakingsprikkels niet goed registreert deze prikkel niet eens opmerkt.

Onderzoek naar prikkelverwerking

Het komt regelmatig voor dat kinderen de prikkels vanuit een of meer zintuigsystemen niet goed registreren. Daarom wordt allereerst onderzoek gedaan naar hoe iemand de prikkels vanuit de verschillende zintuigen registreert. Dit gebeurt door testen, observatie en het beoordelen van de door ouders ingevulde vragenlijst.

Integratie van zintuigprikkels

Het registreren van prikkels is meer dan wat er gebeurt op zintuigniveau. Bijvoorbeeld: iemand die blind is, kan niet zien. Het zintuig zelf is defect. Iemand die doof is, kan niet horen door een defect aan het zintuig het oor.

Iemand met sensorische integratieproblemen heeft problemen met de verwerking van de prikkels die vanuit de zintuigen komen. Dit kan gaan om verwerkingsproblemen vanuit één zintuig, maar ook vanuit meerdere zintuigen.

De informatie die vanuit de zintuigen komt, wordt in de hersenen samengevoegd (geïntegreerd) tot een zinvol geheel: de sensorische integratie. Bij een boswandeling ruik je de bomen, zie je de blauwe lucht, bepaalde lichtinval, vogeltjes, je hoort de vogels, de wind ruisen in de bomen, het geritsel van de bladeren en je voelt de bladeren, steentjes of zand onder je voeten, of de zon op je huid. Je lichaam registreert dat je in een kuiltje stapt (propriocepsis en evenwicht) en zal zorgen dat je overeind blijft. Al deze prikkels samen maken dat je een bepaalde herinnering aan de boswandeling overhoudt. Deze wordt opgeslagen als ervaring.

Je kunt je voorstellen dat je een ander beeld van de werkelijkheid krijgt als je hersenen de zintuiginformatie anders interpreteren.

Als je een overregistratie hebt voor aanrakingsprikkels en er staat veel wind, dan ervaar je die boswandeling als vervelend, omdat je continu de wind voelt en de blaadjes die je raken, terwijl iemand, die aanrakingsprikkels goed verwerkt, juist kan genieten van het gevoel van de wind en de blaadjes.

Zo kan het komen dat je door andere verwerking van de zintuigprikkels een ander beeld krijgt van de werkelijkheid.

Over- en onderregistratie van zintuigprikkels

Mensen die een overregistratie hebben voor zintuigprikkels hebben in het algemeen de neiging om zichzelf hiervoor te beschermen. Zij laten prikkelvermijdend gedrag zien. Zij houden er meestal niet van dat er onverwachte dingen gebeuren, omdat ze bang zijn voor een overbelasting van hun zenuwstelsel. Bij een kind kan dit bijvoorbeeld tot uiting komen op het speelplein: bij een spel als tikkertje komen veel onverwachte prikkels op je af. Het kind ervaart dit als bedreigend en zal er niet graag aan meedoen. Dit kind verzint liever zelf een spel of zet het spel naar zijn hand, zodat de prikkels voorspelbaar worden en het er beter op kan reageren.

Kinderen die een onderregistratie hebben voor zintuigprikkels laten juist vaak prikkelzoekend gedrag zien. Om bij de aanrakingsprikkels te blijven: zij willen graag alles en iedereen aanraken: in een winkel wordt alles opgepakt, andere kinderen worden steeds maar aangeraakt. Deze kinderen hebben veel zintuigprikkels nodig om ervaring op te doen.

Stressreactie bij overregistratie van zintuigprikkels

Bij een overregistratie voor prikkels kan een stressreactie optreden. Deze kan zich uiten in een:

  • Fightreactie (bijv. kind wordt boos en gaat schelden);
  • Flightreactie (bijv. kind loopt weg uit de situatie, gaat bijvoorbeeld onder de tafel zitten);
  • Frightreactie (bijv. kind gaat huilen);

Sensorische Integratie Therapie

Via Sensorische Integratietherapie wordt geleerd hoe de zintuigprikkels op een betere manier te kunnen verwerken en te integreren. Dit wordt gedaan door gebruik te maken van twee onderdelen van een prikkel.

Een prikkel heeft een beschermend deel in zich en een onderzoekend deel:

Bijvoorbeeld als iets te heet is en je legt je hand erop, zul je deze meteen terugtrekken. Het beschermende deel treedt in werking.

Als je iets niet kent en je mag voelen wat het is, treedt het onderzoekende deel in werking: je bent nieuwsgierig en gaat goed voelen wat je in handen hebt. Een kind met een overregistratie zet snel het beschermende deel in stelling: dit kind wil helemaal niet voelen wat het in handen heeft. De prikkel is te bedreigend. Door de prikkels zo op te bouwen dat het kind net niet het beschermende deel in werking zet, maar het onderzoekende deel, kan het kind leren om het beschermende deel niet altijd meteen in te zetten. Dit alles gebeurt in spelvorm en in interactie met het kind. Voor elk kind zal de behandeling dus anders zijn.

Bij kinderen met een onderregistratie wordt juist geprobeerd om te leren dat ze van een minder sterke prikkel al voldoende informatie krijgen om iets mee te doen. Bijvoorbeeld een kind dat een onderregistratie heeft voor proprioceptieve prikkels, doet bewegingen vaak te hard, omdat het niet goed voelt hoe hard het moet. Door materiaal te gebruiken dat feedback geeft, leert het kind doseren. Bijv. bij het bal gooien tegen een muur en deze zelf op te vangen: als je het te hard doet, kun je de bal niet vangen, bij te zacht ook niet. Zo leer je de dosering te vinden en daarmee je eigen lijf beter te voelen.

SENSORISCHE INTEGRATIE THERAPIE

Borsteldrukkuur

Om prikkels meer gedoseerd binnen te laten komen is het mogelijk een borsteldrukkuur te doen. Het kind wordt geborsteld met een zachte borstel ( waar chirurgen hun handen mee schoonmaken voor de operatie), waarna in alle gewrichten diepe druk gegeven wordt. Het is een neurologisch gegeven dat diepe druk in de gewrichten alle andere (vervelende) prikkels dempt. Op deze manier worden stressreceptoren in de hersenen afgebouwd, waardoor het kind in staat is minder met stress op een prikkel te reageren. Omdat het effect van het borstelen 2 uur aanhoudt, wordt een borsteldrukkuur aangeraden als het kind in de therapiesituatie goed op het borstelen-drukken reageert. Een borsteldrukkuur wordt thuis gegeven. Het borstelen/drukken wordt aan ouders aangeleerd en in de eerste week wordt 6x per dag geborsteld en gedrukt.

Een borsteldrukkuur kan dus alleen gestart worden tijdens een schoolvakantie waarin niet te veel activiteiten gepland staan. De tweede week wordt 5x per dag geborsteld, de 4e week 4x en zo wordt het afgebouwd naar 1x per week borstelen. En borsteldrukkuur is intensief voor kind en ouders.

Ervaringen

Kinderen ervaren Sensorische Integratietherapie als heel leuk. Alles wordt in spelvorm en in interactie met het kind aangeboden, eerst binnen de grenzen van het kunnen van een kind, daarna wordt het kind geleerd de grenzen te verleggen. Dat dit dan lukt, is heel motiverend voor een kind. Meestal is het doen van huiswerk niet nodig. Het kind ervaart dat het iets kan en zal dit spontaan gaan toepassen in de dagelijkse situatie.

Sensorisch dieet

Aan ouders wordt uitgelegd waarom hun kind op een bepaalde manier reageert in een bepaalde situatie. Er wordt hen geleerd hoe ze met hun kind kunnen omgaan om een andere reactie van het kind te bewerkstelligen in dezelfde situatie. Dit onderdeel van de Sensorische Integratietherapie heet het Sensorisch dieet. Ook kunnen adviezen aan leerkrachten gegeven worden als de school en/of de leerkracht hiervoor openstaat.

Neem gerust contact met ons op via 035 – 693 37 32